


Akkerbouw:
Er worden bij ons traditionele gewassen geteeld, zoals aardappelen, uien,
suikerbieten, tarwe, gerst, maïs (veevoer) en gras (veevoer).
De aardappelen en uien worden in september/oktober van het land gehaald
(gerooid) en in de loods ter bewaring opgeslagen.
Tarwe en gerst dorsen we meestal in juli, het graan wordt weggebracht, het stro
wordt tot balen geperst en opgeslagen in de schuur.
Maïs wordt in september gemaaid en klein gesneden op het land, daarna gaat het
in grote karren naar de boerderij, waar het op een grote hoop gereden wordt,
afgedekt met zwart plastic en zo bewaard tot het gevoerd wordt aan de koeien.
Van het gras worden in gedroogde toestand balen hooi geperst en ook zoals bij de
maïs een grote hoop gemaakt.
De suikerbieten worden in oktober/november gerooid en later
opgehaald om te worden verwerkt in de suikerfabriek.